Waarom Sicilië?

Sicilië is een fascinerend eiland met een bewogen en lange geschiedenis

waardoor het boordevol mythes en legendes zit.

Sicilië heeft veel te bieden voor een fantastische vakantie, zon, zee, cultuur,

historie, architectuur, een heerlijke keuken en mooie wijnen.

Het eiland heeft een mediterraan klimaat met hete zomers en korte, milde winters.

 

Algemeen

Sicilië is een Italiaans eiland in de Middelandse Zee en wordt van het Italiaanse vasteland gescheiden door de drie kilometer brede Straat van Messina. Samen met de Eolische (Liparische) Eilanden, de Egadische eilandengroep en nog enkele andere eilanden vormt het de “regione Sicilia”. Met een oppervlakte van ruim 25.000 km2 is het het grootste eiland in de Middelandse Zee. Tevens is Sicilië de grootste “regione” van Italië. Ten noorden van het eiland ligt de Thyrrheense Zee, ten oosten de Ionische Zee en ten zuiden en westen de Middelandse Zee. Sicilië ligt op dezelfde hoogte als Zuid-Griekenland, Noord-Tunesië en Zuid-Spanje. 

 

De kust van Sicilië is ruim 1000 km lang met aan de brede zuidelijke klifkusten lange zandstranden. De Thyrrheense en Ionische kust in het oosten zijn smal en voor een groot gedeelte steil. Tussen de bergen en rotsen, die tot in de zee lopen, zijn veel baaien.

 

Etna
Etna

Het oosten van Sicilië wordt gedomineerd door de vulkaan de Etna en het omliggende Etna-massief. De Etna is de grootste actieve vulkaan van Europa, heeft een hoogte van 3340 meter en is daarmee het hoogste punt van Sicilië. Het Etna-massief is 590 km2 groot en is een nationaal park. De vulkanische bodem is zeer vruchtbaar. 

 

Aardbevingen en aardverschuivingen hebben door de eeuwen heen de nodige schade aangericht op Sicilië. Door de vulkanische activiteiten heeft het eiland veel modder-en warmwaterbronnen.

 

 

 

Monti Peloritani
Monti Peloritani

Het binnenland van Sicilië is heuvelachig, de bodem bestaat uit vruchtbare klei. In het binnenland verspreid liggen enkele bergketens die niet boven de 1000 meter uitkomen.

In het zuidoosten ligt het droge uit kalksteen bestaande Ragusa-plateau. Het plateau wordt doorsneden door groene, vruchtbare rivierdalen zoals de Cava Grande en de Valle dell’Anapo.

De Siciliaanse Apennijnen is één van oost naar west lopend ketengebergte op Noord-Sicilië en bestaat uit de Monti Peloritani, Le Madonie (hoogste punt 1979 meter) en de Monti Nebrodi (hoogste punt 1847 meter). Deze bergketens bestaat uit zand-en kalksteen en er komen vele soorten bloemen en planten voor.

 

 

De rivieren, waaronder de Torto, Simetro en Salso, liggen in de zomer veelal droog. In de winter kunnen ze bij hoge waterstanden ernstige overstromingen veroorzaken. Het bekendste natuurlijke meer op het eiland is het Lago di Pergusa dat in de zomer ook droogvalt.

 

Eolische eilanden
Eolische eilanden

Het eiland Lampedusa, dat samen met Linosa en Lampione behoort tot de Pelagische eilanden, is het zuidelijkste punt van Sicilië.

De ten westen van Sicilië gelegen Egadische eilanden Favignana. Lévanzo en Marettimo zijn restanten van de Noord-Italiaanse bergketen. De Eolische eilanden bestaan uit Lípari, Salina, Vulcano (actieve vulkaan), Alicudi, Filicudi, Panarea en Stromboli (actieve vulkaan). Ten noorden van Palermo ligt het eiland Ústica en ten zuidwesten van Sicilië ligt Pantelleria.

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Kenmerkend voor het Siciliaanse verleden is dat heel wat machtige volkeren tijdens verschillende periodes in de geschiedenis over het eiland heersten. De strategische ligging, centraal in de Middelandse zee, maakte het voor volkeren een erg interessante plek om te controleren en handel te drijven. Al tijdens de prehistorie bevolkten stammen het eiland, met de Sicani en Siculi als belangrijkste vertegenwoordigers.

 

In de 8ste eeuw voor Christus waren de oude Grieken de eerste die voor beschaving zorgden op grote delen van Sicilië. Het oude Syracuse, opgericht in 734 voor Christus, was een vooraanstaande metropool van het Griekse Sicilië. Na de verwoestende Punische oorlogen tussen Carthago en de Romeinse republiek in de 2de en 3de eeuw voor Christus waren het uiteindelijk de Romeinen die de macht grepen over het eiland. Dat had verstrekkende gevolgen, want gedurende maar liefst de volgende 600 jaar zou Sicilië door het leven gaan als een Romeinse provincie van eerst de Romeinse republiek en vervolgens van het grotere Romeinse Rijk.

 

Na de val van het Romeinse Rijk omstreeks 476 na Christus brak het tijdperk van de middeleeuwen aan. Het was de Germaanse stam van de Vandalen die Sicilië veroverde in 440 na Christus, onder leiding van hun koning Geiserik. Deze machtsbasis van de Vandalen was geen lang leven beschoren, nog in dezelfde eeuw veroverden de Ostrogoten het eiland.

 

Na de Gotische oorlogen werd Sicilië opgenomen in het gigantische Byzantijnse rijk, met als hoofdstad het huidige Istanbul, van keizer Justianius. Sicilië was van groot belang voor de Byzantijnse keizers omdat het gedurende de volgende eeuwen de uitvalsbasis zou zijn voor Byzantijnse veroveringen in de rest van Italië.

 

Vanaf de 9de eeuw na Christus vestigden zich steeds meer Arabieren op het rijke Sicilië, het werd een belangrijk cultureel deel van de Arabische wereld. Net als in andere gebieden die ze veroverden, legden de Arabieren extra belasting op aan andere geloven. Het is de Arabieren nooit gelukt het Siciliaanse volk te bekeren tot de Islam. De vruchtbare grond van Sicilie leverde katoen, suikerriet en citrusvruchten. Sicilië werd onder Arabisch bewind een bloeiend gebied.

 

De Normandiërs maakten in 1020 na Christus een einde aan het Arabische tijdperk. Onder de Normandiërs beleefde Sicilië een ware bloeiperiode, met een vorstendom gesticht op de grondvesten van de vroegere Byzantijnse en Arabische bestuur. Onder leiding van de Normandiërs evolueerde Sicilië tot een van Europa´s machtigste en meest prestigieuze laatmiddeleeuwse koninkrijken.

 

Na het tijdperk van de Normandiërs valt Sicilië onder Duits, Frans en Spaans bewind. De periode onder de Spaanse Bourbons is desastreus voor Sicilië. Het eiland kent in die periode weinig welvaart en het bewind is slecht voor de Siciliaanse economie.

Rond 1806 werd Sicilië bezet door Engelse troepen om het eiland te beschermen tegen een invasie van het leger van Napoleon. Tijdens deze Engelse bezetting bloeide Sicilië tijdelijk op, ook op economisch gebied. Onder druk van de Engelsen gaf de Spaanse koning, tegen zijn zin, meer rechten aan het Siciliaanse volk. Echter na de val van Napoleon en het vertrek van de Engelsen trok de Spaanse koning deze rechten weer in. Tot groot ongenoegen van de bevolking die dan ook geregeld in opstand kwam, maar deze opstanden werden vaak op bloederige wijze neergeslagen.

 

Met behulp van het leger van Giuseppe Garibaldi kwam het Siciliaanse volk in 1860 opnieuw in opstand tegen de Bourbons. In korte tijd lukte het om de Bourbons te verdrijven. Door middel van een volksstemming werd in 1861 de vereniging van het Italiaanse vasteland en de eilanden Sicilië en Sardinië opgericht, dit was het begin van de Italiaanse Republiek.

 

To have seen Italy without having seen Sicily is not to have seen Italy at all, for Sicily is the clue to everything

Goethe